loader
Uncategorized

2013-2017_Àsìkò sketches

INTRODUCTION

From the back cover of the publication: “In 2010, the Centre for Contemporary Art, Lagos started Àsìkò, an innovative programme designed to redress the frequently outdated or non-existent artistic and curatorial curricula at tertiary institutions across Africa.”

“The call for Àsìkò 2013, with The Archive, Static, Embodied, Practiced as its theme, seemed to be written for me. Except that the call was directed at African artists and curators. And I guess that of all the things I am, and despite the time spent on the continent, African is not one of them. Then, in one of those unexpected turns that life tends to take, I was invited to be one of the facilitators for the programme. Someone supposed that I knew a thing or two about archives. I guess I did. But not much more.

I was embarking on a project about Dutch anthropologist, ethnographer, photographer, and explorer Paul Julien (1901-2001). I told the funders of the initial part of the project that I would try to add contexts and stories to images made by Julien in about 16 countries on the continent. I supposed that this would reveal other potential values of his photographs than what was known about them so far. Julien had a PhD in chemistry, and just like me, made a living as a teacher. Some of the girls he was teaching remember how all his other, self-taught identities infected his chemistry classes and resulted sometimes in his absence.
I brought about 1200 prints of digitised lantern slides to Accra. Julien probably used the black and white positive images, mounted between 10x10cm glass plates, when speaking about his experiences to (mainly) Dutch audiences in lectures. The slides were organised per country, region or tribe. Captions or other documentation on their use are not available.
Julien never set foor on the Gold Coast, but since Àsìkò aspired to be a pan-African programme, I thought it might be a useful exercise to discuss his images with the participants. I may have expected a critical attitude, heated discussions about the problems of othering I considered to be embedded in the photographs. I guess I hoped for recognitions of and identification with what the images showed. I do not recall that kind of response. The photographs were by the participants with great respect. They selected and played with the images using criteria connected to their formal qualities.
I now wonder whether the respect was connected to my position? Or to the context of the programme? Were the formal criteria used related to the way participants had been trained? Or was it the only way they could connected to what the images showed? I won’t be able to find out. It is not easy to ask the right questions at the right time.”

CONCLUSION

Insert PDF of full article.

Read More
Uncategorized

2012_Response to an Open Call, “The Sequel”

INTRODUCTION AND TRANSLATE / EDIT.

Het Vervolg

Paul Julien – Andrea Stultiens

Inhoudelijke en technische projectomschrijving met relevant beeldmateriaal.

[Afrika waakt] over de vruchten des velds. Een diepe ontroering bevangt me, en ik verwijt me dat, hoewel ik nu al tien jaar in Afrika arbeid, tien jaren dagelijks zwarten om me heen heb, ik toch nog zo weinig van deze mensen, mijn mensen, weet en begrijp. Hoe weinig, zeg ik bij mezelf, beleef ik de moeilijkheden, hoe weinig besef ik van de problemen van die mensen waarmee ik dagelijks werk, die me vergezellen door de wildernissen van dit armzalig werelddeel, van deze zwarten, die in honderdtallen mijn dragerskaravanen vormen. Onze paden kruisen zich en ondanks alles blijven we vreemdelingen, leven we elk in een andere wereld.

(Dr. Paul Julien, Kampvuren langs de Evenaar P.219, 1940)

Tussen 1926 en midden jaren vijftig maakte de chemicus Paul Julien (1901-2001) 28 of 29 reizen door Afrika. Hij had een grote belangstelling voor antropologie en een ongelooflijke reislust. De reizen, die hij aanvankelijk voornamelijk ondernam in de zomervakanties die hoorden bij zijn baan als docent scheikunde, waren niet de enige trips die hij in deze periode maakte, ook al zijn ze wel waaraan hij grotendeels zijn bekendheid dankt.

Julien mat mensen, nam bloedmonsters, schreef verhalen, fotografeerde en filmde. Hij was toerist, ontdekkingsreiziger en onderzoeker tegelijkertijd. Hij vertelde over zijn avonturen in lezingen, onder andere voor de KRO radio, en publiceerde vier boeken met verhalen. Van Kampvuren langs de evenaar, Pygmeeën en Eeuwige Wildernis verschenen vele drukken en vertalingen. Van alleen al de Nederlandse oplagen werden er honderdduizenden verkocht.

Sinds 2001 reis ook ik regelmatig naar Afrika. Het begon met twee vakantie reizen waarin ik een vriendin opzocht die een leven voor zichzelf opbouwde in Oost Afrika. De cultuurshock waarbij ik niets als vanzelfsprekend leek te kunnen aannemen, moest nadenken over iedere stap die ik zette, leidde ertoe dat ik begon met het opzetten en uitvoeren van projecten. Hierin gebruikte ik de fotografie als een middel om iets te gaan begrijpen van alles wat ik niet snapte en dat bovendien deelbaar te maken met een publiek. Hieruit kwamen tot nu toe drie publicaties (waaruit wat voorbeelden te vinden zijn in de documentatie), een aantal tentoonstellingen (zie c.v.) en het historische foto platform History In Progress Uganda voort (zie www.facebook.com/HIPUganda).

Het werk van Paul Julien leerde ik een aantal jaren geleden kennen. Ik kocht zijn boeken die, in de oorspronkelijke uitgave, voorzien zijn van prachtige in koperdiepdruk geprinte foto’s, en zag een glimp van zijn omvangrijke fotografische nalatenschap bij een bezoek aan het Nederlands Fotoarchief in Rotterdam.

Met dit project voorstel hoop ik te kunnen beginnen met het maken van een vervolg op het werk van Paul Julien én mijn eigen fotografie in Afrika tot nu toe. Het gaat mij steeds om de relatie tot de ander en de manier waarop fotografie die al dan niet zichtbaar kan maken. Wanneer legt je kamera je eigen projectie, en daarmee een representatie van verwachtingen, van ideeën in je hoofd, vast? Wanneer wordt vooral gedocumenteerd hoe wat je tegenkomt zich aan je presenteert, hoe het zich aan je wil tonen? Juliens boeken lezende lijkt hij enerzijds volledig vanuit vooringenomenheid en een koloniale arrogantie te werken, en anderzijds soms bevangen te worden door twijfel over de betekenis van al wat hij ziet en meemaakt. Ik wil zijn werk in een historisch kader plaatsen dat de buitenstaander blik (die ook ik natuurlijk heb) meeneemt, maar dat het gesprek met de bron van zijn werk aangaat. Ik zal dan ook contact maken met historici in de landen waar Julien werkte en naar aanleiding van hun commentaar op het beeld zelf gaan fotograferen. In dit fotograferen zal dat wat een land aan Julien en mij, als buitenstaanders in verschillende tijden, prijs wil geven steeds onderwerp van reflectie is.

Juliens werk beslaat verschillende decennia en enorme delen van het Afrikaanse continent. Mijn interesse gaat uit naar wat hij deed in equatoriaal Afrika, maar dan nog hebben we het over het huidige Ivoorkust, Burkina Faso, Gabon, Guinee, Nigeria, Sierra Leone, Liberia, Kameroen, Angola, Congo, Oeganda, Tanzania en Kenia. In de eerste helft van 2013 zal ik voor andere projecten in Oeganda en Nigeria verblijven en daar ook naar aanleiding van Juliens beeld werk maken. Daarnaast zal ik een reis maken naar Sierra Leone, waar enkele van Juliens meest spectaculair verhalen zich afspelen en prachtige foto’s vandaan komen.

Ik zal voornamelijk werken met verschillende digitale kamera’s, de resultaten hiervan zullen kleuren foto’s zijn, die ik, anders dan Julien, meteen kan laten zien aan- en printen voor de mensen die meewerken en gefotografeerd worden. Ik gebruik, net als Julien, geen extreme brand- of standpunten. Wel speel ik met het openbreken van het fotografisch kader en het zogenaamde beslissende moment door panoramische beelden te maken (zie documentatie Stultiens_1,3,5,7), of overzichten die bestaan uit meerdere panelen (zie documentatie Stultiens_8-12,14, 18, 20).

Daarnaast zal ik gebruik maken van een pinhole camera. Hiermee heb ik geëxperimenteerd in het recent afgeronde ‘Crafted’ (zie documentatie Stultiens_13, 15, 17, 19). Het werken met deze kamera vergt meer tijd, de handeling is zichtbaarder tijdens het fotograferen, er moet over gesproken worden met aanwezigen, het maken van het beeld roept een ander soort interactie op dan de digitale variant.

Inhoudelijk en technische omschrijving van het werk waarop een vervolg gegeven wordt.

In je modderige dorpen leefde ik je karig bestaan met je mee, nam deel aan je vreugde. Ik verzorgde je zieken, ik doopte de stervenden van je stam en samen baden we bij je doden. En in mij leefde steeds deze wens: niet een vreemdeling te zijn aan jullie vuren, maar een van jullie.

(Dr. Paul Julien,  inleiding van Eeuwige Wildernis, 1949)

Paul Julien reisde, zoals ik al zei, ongelooflijk veel. Europa, Afrika en later Azië en Zuid Amerika, allemaal werden ze bezocht. Voor zijn bekendste en omvangrijkste reizen door Afrika leken verschillende motieven te zijn. Hij deed antropometrisch- en later bloedonderzoek, met name onder diverse pygmeeën groepen. Hij dacht, vanuit een Katholieke levensovertuiging, na over de religie van diezelfde pygmeeën. Hij lijkt, concludeer ik gebaseerd op het lezen van zijn boeken voorzichtig, een enorme hang naar avontuur en uitdagingen te hebben gehad.

De foto’s die Julien maakte, lijken de ene keer bedoeld als bewijsmateriaal, de andere keer als documentatie, terwijl ze soms eerder doen denken aan vakantie foto’s waarin hij zijn ontmoetingen bewaarde. In die verschillende hoedanigheden zijn ze ook opgenomen in de gepubliceerde verhalen die, volgens zijn eigen zeggen, geen enkele wetenschappelijke pretentie hebben, en lezen als een spannend jongens boek. Ook werd een ruime selectie van enkele duizenden foto’s gereproduceerd om vertoond te worden als Julien sprak in het land voor vaak afgeladen zalen.

Het fotografische werk van Paul Julien is aanwezig, slechts gedeeltelijk ontsloten, in de collectie van het Nederlands Fotomuseum. Hij fotografeerde aanvankelijk op glasnegatieven, die niet meer allemaal in goede staat verkeren. Daarna volgden 9×12 negatieven, veelal nog opgerolde en niet gedigitaliseerde rolfilm en kleinbeeld negatieven en dia’s, deels kleur, deels zwart-wit. Er zijn bijna 20.000 prints en er is de collectie lantaarnplaatjes. In de oorspronkelijke (Nederlandse) uitgaven van zijn boeken zijn ruim 140 foto’s opgenomen, voorzien van bijschrift en gedrukt in koper diepdruk.

Omdat het mij nu vooral gaat om wat publiekelijk te zien was en hoe daarop gereageerd werd en kan worden, zal ik me beperken tot de foto’s die geplaatst werden in de boeken en de lantaarnplaatjes die Julien gebruikte bij zijn lezingen. De eerste zijn, gezien de enorme oplagen waarin de boeken verschenen nog volop verkrijgbaar. De laatste ben ik, met medewerking van het fotomuseum aan het digitaliseren.

Juliens boeken, lezingen en recensies daarvan ga ik bestuderen in het vooronderzoek. Waar relevant zal ik kopieën/vertalingen hiervan, samen met prints van de foto’s, meenemen naar Afrika.

Martijn van den Broek, hoofd collecties van het Nederlands Foto Museum heeft toegezegd dat het gebruik van Juliens werk in het kader van dit project, en dus ook tijdens een eventuele expositie bij Noorderlicht en bijbehorende publicatie(s) gezien wordt als een nieuw kunstwerk, waarvoor geen auteursrechten betaald hoeven worden.

Motivatie bij de projectomschrijving.

Aan jullie, mijn zwarte helpers van vele jaren zwoegens in Gods wijde Afrikaanse wildernis, draag ik dit boek op, dat je waarschijnlijk nooit te zien zult krijgen en zeker nimmer zult lezen.

(Dr. Paul Julien,  inleiding van Eeuwige Wildernis, 1949)

Al sinds mijn eerste ‘serieuze’ publicatie Kerkdorp-Polderdorp (2002) speelt historisch materiaal een belangrijke rol in mijn werk. Voor dit boeken tweeluik vulden de foto’s, afkomstig uit persoonlijke en publieke archieven, de foto’s die ik maakte aan. Ze gaven er een historisch perspectief aan en lieten, beter dan het heden dat kon, zien waarin de twee geportretteerde dorpen verschillen. Sindsdien ben ik me steeds bewuster geworden van de mogelijkheden en de beperkingen van mijn blik. Het boek Low Land – High Hills (2007) was gebaseerd op de foto’s van de enkele jaren overleden Frits Gerritsen. In de jaren 50 van de vorige eeuw documenteerde hij een kleine gemeenschap Nederlanders in Canada. Dit materiaal vormde het startpunt voor een zoektocht naar wat het betekent te migreren naar een andere kant van de wereld. In The Kaddu Wasswa Archive (boek uit 2012, maar het werk ontwikkelt zich zolang Kaddu en ik leven en contact hebben) wordt het leven van een man en een paar manieren waarop het verteld kan worden, getoond aan de hand van de documentatie die Kaddu Wasswa (1933) zelf aanlegde. Het materiaal verschaft een bijzondere inkijk in een problematische koloniale en post-koloniale geschiedenis waarop Wasswa’s kleinzoon Arthur Kisitu en ik reageerden in foto’s.

Paul Julien was een goede fotograaf, het is moeilijk om dat te ontkennen. Maar over de manier waarop hij reisde, hoe hij met ‘de zwarten’ en zijn ‘kleine bruine vrienden’ (de pygmeeën) omging kan gestreden worden. De toon in zijn boeken is vaak belerend en neerbuigend. Het lijkt alsof hij boven de mensen stond waarmee hij werkte en waarnaar hij onderzoek deed. Toch sijpelt er af en toe twijfel door in zijn woorden over deze positie, lijken sommige van de foto’s uiterst hartelijke betrekkingen te laten zien. Het ziet eruit alsof hij wel degelijk geraakt werd door het contact dat ondanks (en soms dankzij) alle omstandigheden, mogelijk was.

Het doel van mijn fotograferen bestaat uit het bewerkstelligen van een reeks uitwisselingen. Het maken van foto’s is er daar één van, het delen van het beeld met een publiek een andere. De techniek waarmee Julien werkte stond het niet toe dat hij de gemaakte foto’s meteen deelde met, liet zien aan de mensen die hij fotografeerde. Hij draagt zijn derde Afrika boek op aan zijn ‘zwarte helpers’ en zegt in dezelfde zin dat zij dit zeker nooit zullen lezen. Het is nogal aan de late kant. Mogelijk is het ook te laat. Maar volgens mij is het toch de moeite waard om hier verandering in aan te brengen. Ik zal op pad gaan met Juliens werk en mijn inmiddels ruime ervaring met werken in Afrika. Ik ga Juliens werk laten zien, ga er fotografisch op reageren en zal hiervan verslag doen. Dit alles vloeit op een logisch manier voort uit wat ik al deed en zal ook, gezien de complexiteit en omvang van Juliens nalatenschap en mijn langdurige engagement met de relatie tussen het westen en fotografisch beeld uit Afrika mogelijk tot meer leiden.

Read More
Uncategorized

Testpost Thomas

The standard Lorem Ipsum passage, used since the 1500s

“Lorem (1) ipsum dolor sit amet, consectetur (2) adipiscing elit, sed do eiusmod tempor (3) incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur. Excepteur sint occaecat cupidatat non proident, sunt in culpa qui officia deserunt mollit anim id est laborum.”

Section 1.10.32 of “de Finibus Bonorum et Malorum”, written by Cicero in 45 BC

“Sed ut perspiciatis unde omnis iste natus error sit voluptatem accusantium doloremque laudantium, totam rem aperiam, eaque ipsa quae ab illo inventore veritatis et quasi architecto beatae vitae dicta sunt explicabo. Nemo enim ipsam voluptatem quia voluptas sit aspernatur aut odit aut fugit, sed quia consequuntur magni dolores eos qui ratione voluptatem sequi nesciunt. Neque porro quisquam est, qui dolorem ipsum quia dolor sit amet, consectetur, adipisci velit, sed quia non numquam eius modi tempora incidunt ut labore et dolore magnam aliquam quaerat voluptatem. Ut enim ad minima veniam, quis nostrum exercitationem ullam corporis suscipit laboriosam, nisi ut aliquid ex ea commodi consequatur? Quis autem vel eum iure reprehenderit qui in ea voluptate velit esse quam nihil molestiae consequatur, vel illum qui dolorem eum fugiat quo voluptas nulla pariatur?”

The standard Lorem Ipsum passage, used since the 1500s

“Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur. Excepteur sint occaecat cupidatat non proident, sunt in culpa qui officia deserunt mollit anim id est laborum.”

Section 1.10.32 of “de Finibus Bonorum et Malorum”, written by Cicero in 45 BC

“Sed ut perspiciatis unde omnis iste natus error sit voluptatem accusantium doloremque laudantium, totam rem aperiam, eaque ipsa quae ab illo inventore veritatis et quasi architecto beatae vitae dicta sunt explicabo. Nemo enim ipsam voluptatem quia voluptas sit aspernatur aut odit aut fugit, sed quia consequuntur magni dolores eos qui ratione voluptatem sequi nesciunt. Neque porro quisquam est, qui dolorem ipsum quia dolor sit amet, consectetur, adipisci velit, sed quia non numquam eius modi tempora incidunt ut labore et dolore magnam aliquam quaerat voluptatem. Ut enim ad minima veniam, quis nostrum exercitationem ullam corporis suscipit laboriosam, nisi ut aliquid ex ea commodi consequatur? Quis autem vel eum iure reprehenderit qui in ea voluptate velit esse quam nihil molestiae consequatur, vel illum qui dolorem eum fugiat quo voluptas nulla pariatur?”

The standard Lorem Ipsum passage, used since the 1500s

“Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur. Excepteur sint occaecat cupidatat non proident, sunt in culpa qui officia deserunt mollit anim id est laborum.”

Section 1.10.32 of “de Finibus Bonorum et Malorum”, written by Cicero in 45 BC

“Sed ut perspiciatis unde omnis iste natus error sit voluptatem accusantium doloremque laudantium, totam rem aperiam, eaque ipsa quae ab illo inventore veritatis et quasi architecto beatae vitae dicta sunt explicabo. Nemo enim ipsam voluptatem quia voluptas sit aspernatur aut odit aut fugit, sed quia consequuntur magni dolores eos qui ratione voluptatem sequi nesciunt. Neque porro quisquam est, qui dolorem ipsum quia dolor sit amet, consectetur, adipisci velit, sed quia non numquam eius modi tempora incidunt ut labore et dolore magnam aliquam quaerat voluptatem. Ut enim ad minima veniam, quis nostrum exercitationem ullam corporis suscipit laboriosam, nisi ut aliquid ex ea commodi consequatur? Quis autem vel eum iure reprehenderit qui in ea voluptate velit esse quam nihil molestiae consequatur, vel illum qui dolorem eum fugiat quo voluptas nulla pariatur?”

Voetnoot 1
Voetnoot 2
Voetnoot 3

Read More
Uncategorized

2019_Dear Dr. Julien_an introduction

From the start in 2012 working with the PJU-collection meant dealing with a dilemma caused by the position of Paul Julien as the person who produced the photographs, brought the collection together, and who was, therefore, the origin of its affordances. How could I deal with the historical contexts of the pictures and other documents in the collection, comfortably nested in imperial conditions and as a result often toxic and blunt exposures of cultural violence, without also negating these affordances? In the first stages of the research project, between 2012 and 2018, I largely ignored Paul Julien’s position as a strategy to make room for other views and voices. 

From 2019 onward, after defending my doctoral thesis on photographs in Uganda, I started to rethink this strategy. In this thesis I used letter-writing as a form that would force me to address people with more and less radically different positions than my own. At the same time I started to use my engagement with the PJU collection as case study when asked to present my approach to working with complex archival materials. Most of these presentations were given in the form of letters with Paul Julien as addressee. This way I would have to take his position into account, while explicating mine and what was happening to the photographs he produced.  To introduce him I used, in most cases, a film fragment from an unpublished documentary that was produced by Mr. Cor Adolfse, who was Julien’s literary agent during the 1990s. In this film Julien reads only ever so slightly adjusted versions of texts he wrote more or less half a century earlier, including the introduction to his second book De Eeuwige Wildernis // The Eternal Wilderness.  This letter, in which I introduce myself to Julien, was antedated prior to the first presentation in letter form that took place March 2019. An earlier version of this letter was ante-dated and published in the booklet that accompanied a symposium on artistic research held at the Royal Academy of Art in the Hague, December 6th 2019. 

 

To my porters. 

To you, my black helpers of many years toiling away in God’s African wilderness I dedicate

this book, which probably will not be shown to you and surely you will never read.

Houmt Souk, 22 July 1949. Paul Julien

 

None of you suspects that this book describes your lives. None of you has ever been able to read one single word, knows even what a book is, but with a flawless intuition you understood that you had a friend in me, and you answered with heartwarming loyalty.

 

INSERT (video wordt vervangen door een net iets betere versie, link blijft stabiel): https://vimeo.com/manage/videos/195524279

 

Groningen, March 2nd 2019

 

Dear Dr. Julien, 

 

More or less seven years ago on this very day I traveled to Liberia for the first time. The aim of the journey was to find out what the photographs you made during your first expedition through ‘Equatorial Africa’ in 1932 mean to – and what their value is for – Liberians. This journey was a response to the introduction text in your book “Eternal Wilderness”. In future letters I intend to tell you more about this journey, but first I should introduce myself to you, which I hope will generate a common ground for us to build on. 

 

I was born in 1974, when you were already in your seventies, and raised in a Roman Catholic family in a small village in the south of the Netherlands. Other than this, and different from you, religion did not play a big role in my life. In my primary and secondary education there was no ambition to contribute to science, nor did I have an urge to travel, both of which seem to have developed with you at an early age. I did, however, have an interest in the way everyday life manifests itself. In the production of photographs I found a way to make the outcomes of my interest useful for other people. I had a hunch that in order to meaningfully depict everyday life, it had to be familiar to me. It had to be experienced from the inside, not only seen from the outside. This led to a strong hesitation to travel as a photographer. I did, however, make a journey to visit a dear friend who had migrated from the Netherlands to East Africa. It was the end of 2001, the year, I would learn later, in which you left us. 

 

By 2005 my friend had settled down in Uganda where I visited her again. This time too, there was a kind of confusion and fear that I self-diagnosed as a culture shock. I literally had to mind every step that I took while walking through Kampala or Kabale, the small towns in, respectively central and south-western Uganda that you may remember passing through during your journeys in 1933 and 1947. If I did not, I would fall as a result of my rather clumsy motorics and the conditions of the roads and pavements. The culture shock, I figured, was caused by a lack of familiarity with the world encountered. It had to do with the absence of things that could be taken for granted. It signalled, moreover, exactly those aspects of life that I had been trying to picture in the photographs I produced. I intuitively started to use my skill in the production of photographs as a tool to investigate this culture shock.

 

My intuition led to a shift in my career from editorial and ‘art’ photography towards academia. Producing photographs became a research method that was eventually formalised in a dissertation on photographs in Uganda that you may want to take a look at if this is at all of interest to you. It consists of eight photo books and a thesis that investigate the consequences that follow from the production and use of photographs in the particular historical and cultural context of Uganda. The observation that the Luganda word for photograph, Ekifananyi, does not refer to ‘writing with light’ but to a likeness has a central place in the thesis. Would you agree that this interest in how worldviews manifest in language is something that we share, even though you primarily applied it to words connected to religion, while I do this with pictures and photographs? 

 

The research method I just mentioned is grounded in an understanding of photographs developed by photography theorist Ariella Azoulay. She thinks of a photograph as the outcomes of an “encounter between several protagonists in which the photographer cannot a priori claim a monopoly over knowledge, authorship, ownership, and rights”. From this follows that photographs, the ones I worked with in Uganda as well as those in your legacy, cannot be claimed attributed to a single author or owner. 

 

When I encountered your photographs for the first time I was struck by the depth suggested by nuance in grey-scale and deep blacks made possible by the rotogravure printing. The photographs I saw were produced in a variety of places, ranging from Tanzania in the east to Sierra Leone in the west of the continent. At the time I felt that I had to look beyond the photographic production related to Uganda, which is as you know, a rather small country within the scale of the continent. I considered this to be necessary to get an idea of how the pictures I worked with relate to a wider scope of imaginations of Africa.

 

Hoping that this gives you an idea of my motivation to engage with your legacy I return to the introduction of “Eternal Wilderness”. The one page text is written in a second person narrative that addresses your porters and dedicates the book to them. I was fascinated by this form, but also surprised if not disgusted by it. The words you used evoke the existence of your porters and at the same time create a gap between me as the reader of the text and the very people you address. It took me some time to understand what caused my surprise and disgust. It is the fact that your porters, formally the addressees of the text, were not its audience. Ever since this dawned on me it seemed both natural and necessary to reframe the photographs you produced with the descendants of the addressees of your letters and others who, however loosely, identify with them. 

 

Just like you I have, before starting this correspondence made use of letter writing as a narrative device, a form that helps to convey a message to a wider audience while writing to a particular addressee. The thesis I mentioned earlier, for instance, is built around a set of letters written to a variety of people who have a stake in the historical photographs I worked with. The idea here, however, was not to evoke the presence of the addressees in terms of distance, which is how I read your use of it, but as a way of joining with them. 

 

In The First Dutch Systematically Organised Encyclopedia, published in 1949, I read that “The reader will, through the study of anthropology and medicine, notice that these branches of biological science form a unity as far as the anthropology can be understood without the knowledge of medicine, but the other way around this is not possible.” This helped me to understand the way your research was embedded in anthropological practices during your days a little bit better. Since then the field of anthropology became increasingly critical of its imperial roots, of how it has been used to justify colonial ambition, to freeze people defined as ‘others’ in a time and space that does not develop.

 
You may remember how, during your days as a physical anthropologist, the nature of this branch of knowledge shifted from an entanglement with medicine and biology, to sociology and ethnography. British anthropologist Tim Ingold takes this development still further away from the idea of anthropology that you were familiar and comfortable with. He positions correspondence, in a wide sense including but by no means limited to letter writing, as a mode of being in the world of things as well as people that is “a joining with; it is not additive but contrapuntal, not ‘and…and…and…’ but ‘with…with…with’.” Different from your porters, who assumedly would not see the book your text is part of, the evoked presence of addressees of my letters had consequences for what I wrote. The same goes for the letters I write to you. 

 

When speaking about my engagement with your work in public, I usually start with a fragment from the film that mr. Adolfse made with you in the 1990s. In this fragment you first introduce and then read the opening text of The Eternal Wilderness with minor adjustments compared to the words you wrote in Houmt Souk in 1949. These adjustments are based on the shift in medium rather than the post-colonial discourse that developed since the book was first published. It is, for instance, hard for me to imagine that you did read and think about the critique formulated by Edward Said in his book “Orientalism”. The fragment often angers the audience. In line with my sentiments when encountering the introduction of Eternal Wilderness, they often find your words and the pictures that support them embarrassing and/or painful. This, however, does not stop me from corresponding with you.My whole engagement with your legacy, including this correspondence after all, builds on the assumption that your photographs will gain both value and meaning by reframing them. This reframing is done by adding information, perspectives and updates to them with descendants of the people you once met. While I start to reflect on this process in preparation for my next letter to you I remain,

yours truly, 

Andrea

 

INSERT: slide-show or downloadable PDF of letter published in symposium booklet.

Footnotes: 

Read More